Ik breng een muziekalbum uit en dat zit zo: ons moeder verplichtte haar zeven kinderen om naar de muziekschool te gaan. Die kans had zij als kind niet gehad; het voelde voor haar als een gemis en dat wilde ze door en voor haar kinderen goedmaken. Als het ons niet lag, dan waren we in ieder geval een paar uur het huis uit, daar had ze ook vrede mee. En om ons en zichzelf op zijn minst de tijd te gunnen, moesten we dat tot het derde jaar volhouden, zodat we nadien zelf bewust een keuze konden maken.
SOLFÈGE & AMUSIE
Mijn keuze was al snel gemaakt. Ik ben namelijk toondoof. Hoewel ik er noten leerde lezen, slaagde ik er niet in ze op de juiste toonhoogte te zingen. Ik begreep niet eens hoe dat mogelijk was of hoe iemand dat zou kunnen achterhalen. Hoe kon men weten of een toon een do dan wel een sol of een fa# was? Ik hoorde de tonen wel omhoog en omlaag gaan, daar niet van, maar ik begreep er verder niets van. Niet de afstanden, niet de precieze plaats, niet de toonhoogte, niet de verhouding. Mij kwam het over als pure mystiek waaraan geen touw viel vast te knopen.
Wat moest, moest, en dus ging ik elke donderdagavond naar die muziekschool daar op de Groenenhoek. Dat was in een modernistisch gebouw uit 1928 dat in het verlengde lag van de startbaan van de luchthaven van Deurne. Nauwelijks een kilometer van de landende en opstijgende vliegtuigen dus. En telkens er tijdens de les zo’n vliegtuig overvloog, stak muziekmeester Janssens, die zo uit de negentiende eeuw leek te komen, zijn vinger op en zei plechtstatig: “We gaan even de vooruitgang laten passeren.” Dat vond ik grappig.
Bij het examen werden we om beurten naar voren geroepen. Op de pupiter dansten de notenbalken. Terwijl meester Janssens de klanken uit zijn piano toverde, moesten wij van het blad zingen, met onze arm de maat slaan en het meedogenloze tempo van de piano volgen. Ook wat meester Janssens ‘dictaat’ noemde, lukte me langs geen kanten. Hij speelde dan piano en wij hadden vlijtig de noten te notuleren. Het kwam op mij over als multiplechoice en ik gokte er doorgaans naast. Ik bracht er waarlijk niets van terecht en buisde dus vaker dan ik slaagde.
Om tot in het derde jaar te geraken, zoals mijn moeder ons verplichtte, heb ik zeven jaar solfège gevolgd. Ik heb dus elk jaar minstens één keer gedubbeld. En tegen de tijd dat ik de solsleutel min of meer onder de knie had - toch wat het lezen betreft - schakelde hij over op de fasleutel. Het leek me allemaal alchemie en dat is vandaag nog altijd zo.
Ritmiek ging me beter af; dat speelt zich naar verluidt ook in een heel ander deel van de hersenen af. En zo bracht ik het als adolescent toch kortstondig tot drummer in een punkgroep die we heel terecht ‘Beats working in the Factory’ noemden. Alles beter dan dat.
Ik lijd dus volgens de wetenschap aan amusie, maar dat betekent niet dat ik me met muziek niet amuseer. Integendeel. Alleen kan ik niet zingen en geen instrument bespelen. Ik ken dus niets van muziek, en derhalve breng ik dat album uit. De achterliggende redenen leg ik in dit artikel uit. Ik heb namelijk twee processen aan mijn been en dus heb ik geld nodig voor mijn advocaat. En door mijn muziek te downloaden, kan je me daarbij helpen.
KITSCH
Een album uitbrengen is vandaag geen kunst. Meer nog: het is vaak gewoon kitsch. Toch als je dat doet met AI. Het gebeurt vaker dan we denken: op de streamingdienst Deezer is naar verluidt tot veertig procent van de songs met behulp van AI gemaakt. We kunnen daar schande over roepen, maar dan alleen tegen de mensen die erover liegen. Dat doe ik niet. Ik maak de muziek met behulp van Suno, maar ik doe er wel meer mee. Suno fungeert in deze als toondichter van mijn befaamde teksten. En ik componeer in zoverre dat ik bepaal wat Suno daarmee moet doen. De AI fungeert ook als sessiemuzikanten: het doet wat ik zeg. In tegenstelling tot mijn kinderen.
De eerste drie nummers zijn nu beschikbaar op bandcamp.
De prompts die ik ervoor schrijf, zijn complex en doordacht. Ik werk er hard aan: per song maken we tot dertig, soms veertig versies. Precies de Beatles! Maar dan toondoof. Die versies download ik allemaal, trek ze door Logic Pro en doe waar ik het best in ben: monteren, knippen en plakken, verschuiven, omdraaien, verlengen of verkorten. Ik ben tenslotte tweemaal laureaat van de Prijs van Radio- en TV-critici. De intro van het ene nummer bevalt me beter dan die van het andere, dus die wisselen van plaats. Daar zit een strofe perfect, maar trekt het refrein op niks, dus pas ik dat aan. Op die manier.
Ik heb vanuit mijn radioverleden ook enorm veel archiefmateriaal met interview- en klankfragmenten. Daarmee kruid ik de diminuendo, die ik wat langer maak, en bouw zo naar een denderend crescendo waarbij horen en zien vergaat. Niet omdat het vals klinkt, al kan ik dat dus zelf niet beoordelen.
WE’RE ONLY IN IT FOR THE MONEY
En voor het amusement ook. Want dat maakt de Minister van Agitatie namelijk tot wie hij is: en Weimar Lachen! De songs pretenderen dus niets anders dan wat schlagers doen: entertainen. En ze zijn zo geconstrueerd dat je ze kan meezingen, erop kan dansen, brullen, keihard lachen, schaamteloos goed vinden, op een fuif draaien, de horlepiep op dansen of als een polonaise door het café hossen en ze als oorwurmen vervloeken.
En grappig: in deze regio kun je in de Ultratop 50 geraken als je song 300 keer betalend wordt gedownload. Ik heb geen idee wat die Ultratop 50 precies is, maar ik heb gelezen dat één betaalde download meer weegt dan 600 streams op Spotify of zo. En aangezien betalen voor muziek helemaal uit de mode is, hangt het dus van ons af, eigenlijk. Dat zou grappig zijn, vooral als je naar de teksten luistert. En daarover gaat het dus.
Zeker: ik zou gewoon solidariteit kunnen vragen en blij zijn met elke bijdrage. Ze is nodig voor de belangrijke processen die ik me op de nek haal. Maar ik geef graag iets grappigs in ruil. Bovendien zit ik al eeuwen in mijn kop met de analyses van George Lakoff, Wilhelm Reich, Jan Blommaert, Ico Maly en Antonio Gramsci over culturele hegemonie. En in die zin is elke poging om populaire en revolutionaire kunst te verspreiden natuurlijk verdienstelijk. Zelfs als het kitsch is.
LUISTER NAAR MIJ!
Dat wil ik dus zeggen: luister naar mij! Naar mijn teksten vooral. En als je me wil steunen, geef dan wat je kan missen. Want de processen tegen hele en halve nazi’s worden een spektakel op zich. En het is belangrijk dat ik win. Niet alleen om straf te ontlopen of gerechtskosten te dekken, maar ook als juridisch precedent.
Want Die Freiheit verliert man zentimeterweise.
Veel luisterplezier.
download ze op bandcamp mits een solidariteitsbijdage
en luister hier alvast gratis:
IK BEN DE MINISTER VAN AGITATIE
De Officiële Hymne van de Minister van Agitatie waarin hij zowel zijn ideologisch visie als zijn concreet programma uit de doeken doet.
Lichtjes zenuwzieknervositeitsoverspannen, maar hoe zou je zelf zijn?
_________________
TEGEN DE FASCISTEN
De tekst is gebaseerd op de interviews die ik heb afgenomen van Belgische vrijwilligers die in Spanje vochten aan de kant van de Republiek.
De interviews werden voor Piazza op Radio 1 gemonteerd in een radiodocumentaire onder de titel 'No Pasaran'. De documentaire werd bekroond met de Prijs voor Radio- en TV-critici en deze tekst werd overigens uitgebreid besproken in ‘t Pallieterke, begot.
_________________
EERBARE MANNEN
De song 'Eerbare Mannen' is gebaseerd op het toneelstuk Julius Caesar van William Shakespeare, met name de beroemde lijkrede van Marcus Antonius, prachtig vertolkt door Marlon Brando. De kern van zijn betoog is dat Caesars moordenaars stuk voor stuk "eerbare mannen" zijn. Door die omschrijving constant en met toenemende intensiteit te herhalen, haalt hij haar subtiel onderuit en legt hij op sarcastische wijze het tegendeel bloot. De Minister doet hetzelfde, maar met hele en halve nazi’s.
__________________________
als je geen geld kan geven, een situatie die mij niet onbekend is,
deel dan misschien deze post. Dan kan iemand anders ook eens lachen.
_________________________


