De Minister van Agitatie is een begenadigd schrijver, dat is algemeen bekend. Alleen verspilt hij zijn tijd liever op sociale media en als cafébaas. Dat laatste is nu afgelopen, zodat hij eindelijk (eindelijk!) tijd heeft om de letteren te laten knetteren.
Verwacht u aan een reeks verhalen, novelles, een roman, poëzie en meer fraais.
De eerste publicatie heet ENTRY DENIED en is faction: alles is waargebeurd, behalve wat verzonnen is. Daarom is de ondertitel ‘een autofictioneel drama’.
Het werd geschreven naar aanleiding van de beslissing van de Leuvense burgemeester Mohamed Ridouani om de match Saint-Gilloise tegen Hapoel Be’er Sheva in Leuven te verbieden. De Minister kent niets van voetbal en dus schreef hij er een verhaal over. Hij woont namelijk in Leuven, eerder in Sint-Gillis en zat vast in de gevangenis in Be’er Sheva. In dit verhaal brengt hij al die dingen samen in zijn kenmerkende stijl.
Je kan hieronder een paar fragmenten lezen en het boek bestellen. Het kost 20€, telt 60 pagina’s en ligt bij de drukker. Als je dat graag hebt, schrijft hij vooraan een gepersonaliseerde, persoonlijke verwensing.
FRAGMENT 1
Tegen een grote aanplakzuil aan de rand van het parkje zette ze de ladder die ze in café l’Union had geleend. We papten que se vayan todos in, vouwden die met de lijmkant tegen elkaar en ze nodigde me de ladder op alsof ze me zou volgen. Maar ze bleef beneden en hield die stevig vast. Bij elke trede werd mijn hoofd helderder. Ik hield de affiche bij twee hoeken vast, duwde de bovenkant tegen de zuil en schudde er eens mee. Ze zakte statig naar beneden. ‘Prends’. Ze reikte me de borstel en met vlotte bewegingen wreef ik het behangpapier vast, plooien en bubbels vakkundig wegwerkend.
We leken een getrouwd koppel dat eindelijk de slaapkamer een beurt gaf in plaats van elkaar. Mijn hoofd tolde. Toen de eerste affiche hing, papten we de volgende. We leken een goed op elkaar ingespeeld team. Ik had wel wat ervaring. Sinds ik op mijn zeventiende het ouderlijk huis had verlaten, was ik minstens één keer per jaar verhuisd. De eerste decennia vond ik behangen, vloeren schuren en vernissen, plafonds witten, de deurlijsten van toverballen verf ontdoen en dat blanke hout liefdevol retoucheren en met primer en aflak afwerken van levensbelang. Ik moest me de woning eigen maken. Na zo een tiental woonsten opgeknapt te hebben, begreep ik dat ze daarmee niet van mij werden. Ik verhoogde hooguit de handelswaarde voor de eigenaar. Dus hield ik er maar mee op. Ik kwam tot de conclusie dat ik een stadsnomade was, al heb ik nooit goed begrepen waarom. Bindingsangst wellicht. Een of ander onverwerkt trauma. Maar pappen en nat houden kon ik dus als de beste.
FRAGMENT 2
We zaten vastgesnoerd in de comfortabele zetels van de Boeing 747-400, vlucht LH686 van Lufthansa, richting Tel Aviv. De ochtendzon stond al een eind boven het hoofdgebouw die zomerochtend, de motoren loeiden en het vliegtuig op de startbaan 18 van Frankfurt/Main trilde, net als Sophies handen. De mijne waren klam en ik legde mijn linker in haar rechter. Ze kneep er in. Het geraas zwol aan, we werden in onze stoelen gedrukt en het vliegtuig nam vaart. Het einde van de startbaan naderde, ik voelde de neus van het vliegtuig een seconde omhoog tillen en toen bewezen de veiligheidsgordels me voor het eerst hun nut. De Boeing remde abrupt, banden gierden, we werden vooruit geworpen, mensen gilden en rook was zichtbaar door de kleine patrijspoorten. Het treble geraas veranderde in een monotone bass en we keken elkaar verschrikt aan. De zwarte, kringelende rook voorspelde niet veel goeds en toen de brandweerwagens hun kanonnen schuim over de wielen en startbaan spoten, wist ik ‘hier zijn we niet direct weg.’ Sophie was spierwit en bibberde nog heviger dan bij de start. ‘C’est le Mossad!’ grapte ik en het werkte. Kuiltjes. Ik bood haar een kauwgom aan want kauwbewegingen en een actieve maag helpen altijd tegen stress. Bij mij toch.
De metalen stem van de boordcommandant legde de situatie uit ‘Ladies and gentlemen, this is your captain speaking. Due to unexpected technical problems we had to abort take-off. We are sorry for the inconvenience, but safety is our priority.’ Zodra ze iets van de verkeersleiding hoorden, zouden wij het ook weten. Hij beloofde ons in ieder geval een drankje en een maaltijd en hoopte met ons dat het allemaal niet te lang zou duren en dat het toestel de vlucht zou kunnen hervatten.
We haalden opgelucht adem. Beter dit dan als vluchteling in de Middellandse Zee ronddobberen, opperde ik. Daar was ze het mee eens. Ze was net zomin als ik zwemkampioen in de lange omvaart.
Geïnspireerd door de noodstop wisselden we traumatische ervaringen uit die ons leven hadden bepaald. Ze vertelde een droef verhaal over haar ouders dat duidelijk maakte waarom ze als jonge Française in Brussel was terechtgekomen. Ik verhaalde over mijn aangeboren astma en talloze bijna-doodervaringen. Ik haalde ook mijn ervaring aan met repressie, geweld, matrakslagen, pepperspray, de machteloosheid van opgesloten worden in een cel. Ondanks de gecombineerde gevangenisstraf rond haar tafel, was haar ervaring beperkt. ‘Het doet rare dingen met een mens,’ reflecteerde ik. Een aantal van mijn ervaringen hadden ertoe geleid dat ik me schuldig had gemaakt aan wat men in de psychologie displaced aggression noemt. Geconfronteerd met het trauma van geweld en een onoverwinnelijke dader, verdedigen je lichaam en je ego zich tegen de overload aan feesten van angst en pijn. ‘Het is een afweermechanisme dat je gevoel van machteloosheid en het controleverlies moet onderdrukken. Het is ook veiliger om je agressie tijdelijk op te kroppen en de emotie te verplaatsen.’ Ze knikte. Ik voelde me een goeie docent. ’Terwijl het trauma zich voordoet, staat je amygdala constant aan.’ Ik wees illustratief op mijn keel, maar ze corrigeerde me en tikte tegen haar hoofd. ‘De amygdala ligt diep in de temporale kwab van je hersenen.’ Ik knikte. Juist, hoe stom kon ik zijn. ‘We hebben er twee,’ voegde ze eraan toe. Ik knikte opnieuw. ‘Soit, die twee amygdahlia’s staan permanent aan, onder stress, tu sais en produceren onafgebroken adrenaline en cortisol.’ Ze lachte met mijn dahlia’s en vulde aan ‘zoals nu’. ‘Exactement. Maar je doet er niks mee, het is te gevaarlijk. Maar nadien, als je uit die traumatiserende situatie bent verlost, speelt dat op. Je identificeert je met de agressor en gaat zelf onbewust gewelddadig gedrag vertonen om het gevoel van machteloosheid te overwinnen. Een kleine frustratie in het hier-en-nu kan een enorme woede-uitbarsting triggeren.’ Ze overpeinsde een seconde stil en concludeerde terecht ‘je spreekt uit ervaring.’ Ik zei niks maar knikte. ‘Raconte,’ drong ze aan. ‘C’est une longue histoire,’ wimpelde ik af.


Ik wil er eentje maar ik vind precies niet w t ik daar moet voor doen?